Na vijftig jaar draaien eindelijk Ibiza

Er bestaan twee Rob Boskampen. Althans, dat denken sommige mensen. De ene heet alleen geen Rob, maar Mick.

Mijn neef Rob Boskamp en ik worden al jaren met elkaar verward. Hij krijgt dingen toegeschreven die ik heb gedaan en ik krijg af en toe complimenten voor prestaties waar ik part noch deel aan heb. We laten het meestal maar zo. Zeker wanneer het complimenten zijn.
Maar wat Rob vanavond doet, mag volledig op zijn eigen naam worden bijgeschreven. Hij draait voor het eerst van zijn leven in een club op Ibiza.
Dat klinkt misschien niet heel bijzonder voor een Nederlandse dj, totdat je weet dat Rob al bijna vijftig jaar achter draaitafels staat. Hij begon in 1976 en viert dit jaar zijn halve eeuw als dj. Een paar maanden later, op 1 december, ben ik precies vijftig jaar journalist. Twee Boskampen, twee jubilea. Je zou bijna denken dat er vroeger iets in het drinkwater van onze familie zat.
En juist daarom vind ik het zo mooi dat Rob vanavond in Eden in San Antonio draait. Niet zomaar een zaaltje met een paar boxen, maar een van de grote clubs van Ibiza. En over boxen gesproken. Eden staat ook bekend als de club met een van de beste geluiddsssystemen van het eiland, in dit geval het Incubus Gold systeem (in een aparte gouden uitvoering) van het merk Void Acoustics.
Voor iemand die de ontwikkeling van de dance vrijwel vanaf het begin heeft meegemaakt, is dat toch een beetje thuiskomen op een plek waar hij nooit eerder heeft gewoond.

Rob kwam begin jaren tachtig voor het eerst op Ibiza. Daarna keerde hij vrijwel jaarlijks terug. Hij zag de grote openluchtdiscotheken, de gigantische lichtinstallaties en vooral de manier waarop op het eiland muziek werd gedraaid. Alles mocht door elkaar. Disco, soul, rock, funk. “Dat was eigenlijk standaard voor iedere dj die in de jaren zeventig en begin jaren tachtig begon,” zegt hij. “We draaiden alles.”
En ergens is er volgens hem helemaal niet zoveel veranderd. Deze week liep hij over Ibiza en hoorde hij Smalltown Boy van Bronski Beat in een housejasje. Een paar straten verder klonk Masters At Work. Rob: “Muzikaal inhoudelijk is er eigenlijk geen hol veranderd.”
Het wonderlijke is alleen: in al die jaren draaide hij weleens op Ibiza, maar nooit in een club. Tot vanavond.
Gaat een man met een halve eeuw ervaring zich daar dan uitgebreid op voorbereiden?
Natuurlijk niet.
Rob bereidt zijn sets namelijk nooit voor. Ook vanavond niet. Hij heeft drie of vier platen waarvan hij weet dat hij ze wil draaien. “Dat zijn de haakjes. De rest laat ik gewoon op natuurlijke wijze gebeuren. Mijn kracht ligt erin dat ik mensen kan pakken op het moment dat ik ze kan pakken.”
En dan zegt hij iets waarin misschien wel zijn hele dj-leven besloten ligt: “Het is soulful, het is funky. Het is altijd muziek voor de onderbuik.”
Precies dát maakt Rob in mijn ogen een echte dancepionier. Niet omdat hij ooit vroeg met iets begonnen is, maar omdat hij bijna vijftig jaar later nog steeds begrijpt waarvoor een dansvloer bedoeld is: dansen. Geen muzikale wetenschapsbeurs, geen bijeenkomst van mannen die met hun armen over elkaar beoordelen of de overgang technisch wel verantwoord was.
Een vloer moet leven.
Rob zegt zelfs dat hij “vrouwenmuziek” draait. Niet als genre, maar als principe. Als vrouwen dansen, volgt de rest vanzelf. Mannen, constateert hij droogjes, gaan anders bier drinken, vertellen elkaar hoe goed een plaat is en vertrekken na een uur naar huis.
Vanavond staat hij dus in Eden, tussen Angelo Ferreri, Alberto Costa, Jose en Nroxanne. Op Ibiza. Het eiland dat hij ruim veertig jaar geleden ontdekte en waarvan hij de complete dancegeschiedenis voor zijn ogen voorbij zag trekken.
En ik?
Ik ben gewoon verschrikkelijk trots op hem.
Want pionier zijn is leuk.
Maar vijftig jaar later nog steeds relevant zijn, is veel moeilijker.
En mocht iemand morgen tegen mij zeggen dat 'ie had gehoord dat ik geweldig draaide op Ibiza, dan zal ik voor één keer eerlijk zijn.
Dat was die andere Boskamp.










