top of page

Mijn Prince-week (dag 1)

  • Foto van schrijver: Mick Boskamp
    Mick Boskamp
  • 9 uur geleden
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 12 minuten geleden

Sommige verhalen blijven liggen. Niet omdat ze niet goed zijn, maar omdat het leven ertussen komt. Omdat er altijd weer een volgend interview, een volgende deadline, een volgende avond is. En dan is er ineens een moment waarop alles samenvalt. Deze week is dat moment.

Naar het schijnt de laatste foto die van Prince is gemaakt voor zijn dood. Hij is net bij een dokter geweest en gaat nu op weg naar Paisley Park, zijn fort dat hij nooit meer zou verlaten.
Naar het schijnt de laatste foto die van Prince is gemaakt voor zijn dood. Hij is net bij een dokter geweest en gaat nu op weg naar Paisley Park, zijn fort dat hij nooit meer zou verlaten.

Morgen is het tien jaar geleden dat Prince overleed.

Een datum waar ik, net als zovelen, niet zozeer bij stilsta, maar die wel iets losmaakt.

Want Prince liep, op de één of andere manier, jarenlang als een rode draad door mijn leven heen.

Ik interviewde hem in een tijd dat nog lang niet iedereen wist wie hij was. Ik was één van de eersten in Nederland die een plaat van hem besprak. Ik liet hem Amsterdam zien - mijn stad. Ik zag hem dansen in Club Jimmy’s in Monte Carlo, samen met Stéphanie van Monaco. Prince en de prinses. Het gebeurde gewoon.

En ja, er is zelfs een verhaal waarin ik dankzij de Purple Genius vijfduizend dollar verdiende. Zonder er iets voor te doen. Dat verhaal komt ook. De komende dagen haal ik zeven herinneringen en wapenfeiten op. Groot, klein, persoonlijk, absurd - precies zoals Prince zelf was.

Dit is mijn Prince-week. Op 21 april 2016 overleed Prince Roger Nelson op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van een Fentanyl-overdosis. Tien jaar later voelt dat voor velen nog steeds als een vreemde onderbreking in plaats van een einde.


Edgar Kruize en ondergetekende bij een theatershow van eerstgenoemde over Prince. Fotografie: Saar Beau.
Edgar Kruize en ondergetekende bij een theatershow van eerstgenoemde over Prince. Fotografie: Saar Beau.


In onderstaand Zoom-gesprek gesprek praat ik met Edgar Kruize - schrijver, muziek-adept en misschien wel één van de grootste Prince-kenners ter wereld - over die dag, over de jaren ervoor, en over alles wat daarna kwam.

Over een jongen die op zijn twaalfde gegrepen werd door een kuchje in een videoclip. Over een man die zijn auto aan de kant moest zetten toen het nieuws binnenkwam. En over een verhaal dat, tegen alle logica in, alleen maar groter werd.

Dit is geen interview over Prince. Dit is een gesprek over wat er gebeurt als muziek zich vastzet in je leven - en daar weigert om weg te gaan (onderaan de video staat ook de uitgewerkte tekst van ons gesprek).


En hier de volledige tekst van mijn gesprek met Edgar: Interview – Mick Boskamp in gesprek met Edgar Kruize over Prince


Mick Boskamp: Morgen is het 21 april. Hoe sta jij daarbij stil?

Edgar Kruize: Heel nuchter eigenlijk. Ik heb niet zoveel met sterfdagen. Je kunt er heel dramatisch over doen, maar iemand komt er niet door terug. Dat geldt voor bekende mensen, maar net zo goed voor familie. Ik vier liever iemand als hij leeft dan wanneer hij er niet meer is.

Mick: Terwijl jij nu wél een week lang over Prince schrijft.

Edgar: Ja, dat is waar. Maar dat voelt anders. Je ziet ook hoeveel aandacht er nog steeds is—media, radio, overal. Dat blijft bijzonder.


“Hij deed altijd nét iets anders”


Mick: Wat maakte Prince voor jou zo bijzonder?

Edgar: Alles ging net even anders bij hem. Onvoorspelbaar. Als je dacht dat hij linksaf ging, ging hij rechts. Dat fascineerde me al als jong jochie. Hij liet zien dat dingen ook anders kunnen—dat je je niet hoeft te houden aan een norm.

Mick: Wanneer begon dat?

Edgar: Heel concreet: bij de clip van Raspberry Beret. Ik was een jaar of elf, twaalf. Hij begint die clip met een kuchje. Wie doet dat nou? Maar dat was precies Prince: altijd nét anders.


De keuze: Bowie of Prince


Edgar: In 1987 mocht ik van mijn ouders naar één concert. Ik moest kiezen tussen David Bowie en Prince. Bowie in De Kuip, Prince in De Galgenwaard.

Mick: En je koos Prince.

Edgar: Ja. Waarom weet ik eigenlijk nog steeds niet. Maar dat was het begin van een sneeuwbaleffect dat nooit meer is gestopt.


Het moment van het nieuws


Mick: Weet je nog waar je was toen je hoorde dat hij was overleden?

Edgar: Ja. Ik zat in de auto, onderweg naar Hilversum voor een Radio 2-panel. Er was al een bericht dat er iemand was gevonden in Paisley Park. Toen dacht ik meteen: dit is niet goed.

Halverwege de rit kwam het bevestigde nieuws. Toen heb ik de auto aan de kant gezet. Dat moment… dat is wel heftig. Er verdwijnt een stuk van je leven.


Mick over zijn eigen ervaring


Mick: Ik had dat ook. Maar bij mij zat er nog iets anders bij. Ik had hem ontmoet. Michael Jackson heb ik ooit geïnterviewd—of eigenlijk zijn vader deed het woord—maar met Prince hebben we echt dingen meegemaakt.

En toen het nieuws kwam, werd ik vrijwel meteen gebeld door Ronald Ockhuysen om een stuk te schrijven voor Het Parool. Dat moest de volgende ochtend om zes uur klaar zijn. Dus ik heb die hele dag zitten tikken. En pas daarna kwam de klap.


Het boek dat bleef groeien


Mick: Je werkt al jaren aan dat boek over Prince in Nederland. Waarom nu een nieuwe versie?

Edgar: Omdat er ineens verhalen bijkwamen. Toen het eerste boek er lag, kwamen mensen naar me toe die eerder niet wilden praten. Of bandleden die vastzaten aan contracten - die vervielen na zijn overlijden.

Daardoor kreeg ik toegang tot nieuwe verhalen. Bijvoorbeeld van Shelby Johnson, één van zijn achtergrondzangeres, en Sheila E. over opnames in Nederland. Het boek werd rijker.

En ik kan nu ook veel meer beeldmateriaal laten zien: contracten, briefjes uit hotelkamers, instrumenten… dat soort unieke dingen.

Prince en Nederland


Mick: Wat had Prince eigenlijk met Nederland?

Edgar: Dat is een mooie vraag. Het is een beetje tweezijdig. Wij Nederlanders denken graag dat hij iets met ons had.

Maar er was wel degelijk een periode—rond 1986—waarin hij hier iets vond wat hij elders niet had: vrijheid. Hij kon hier relatief anoniem uitgaan. Gewoon een club binnenlopen zonder hysterie.

En het Nederlandse publiek gaf hem ook energie. Daarom gebruikte hij hier publiek voor opnames en shows. Later verschoof dat iets meer richting België, maar Nederland bleef belangrijk.

Van schrijver naar podium

Mick: Je bent op een gegeven moment ook het podium opgegaan met je verhalen.

Edgar: Ja, eigenlijk per ongeluk. Bij de presentatie van mijn boek moest ik iets doen, dus maakte ik een simpele diapresentatie.

Daarna werd ik vaker gevraagd: intro’s bij films, presentaties, lezingen. En op een gegeven moment zei iemand: kun je hier een hele avond van maken?

Dat probeerden we. Het verkocht meteen uit. Toen kwam er een tweede avond. Die ook. En zo rolde het door.

Mick (rechtstreeks tot de lezer)

Mick: Even aan iedereen die dit leest: als Edgar ergens optreedt met zijn Prince-show - ga. Serieus. Ik ben snel ongeduldig, maar ik heb ademloos zitten luisteren. Echt knap.

De Amerikaanse erkenning

Mick: Je stond zelfs op een Amerikaans symposium.

Edgar: Ja, dat is bizar. In Amerika kun je promoveren op artiesten. Er is een professor die onderzoek doet naar de impact van Prince op de popcultuur.

Ik mocht daar spreken over het album Parade en de film Under the Cherry Moon. Die film werd destijds niet begrepen, maar als je hem naast de Franse Nouvelle Vague legt, valt alles op z’n plek.

Prince en de Rolling Stones

Mick: Je maakte ook een filmpje over de bijzondere klik tussen Prince en de Rolling Stones. Wat een goed verhaal en wat een goede video ook!

Edgar: Dat verhaal begint in 1981. Prince staat in zijn minimalistische outfit voor een Stones-publiek. Die moeten er niets van hebben en gooien met bier en kip.

Maar later zie je Mick Jagger bijna hetzelfde doen - en dan vinden ze het geweldig. Dat verschil zit in perceptie.

Wat ik mooi vind: Prince bleef zijn hele carrière teruggrijpen op de Rolling Stones. Dat zit diep.


Niet perfect – maar juist daarom geniaal


Mick: Prince werd vaak gezien als Mr. Perfect.

Edgar: Dat beeld klopt niet helemaal. Hij kon ook heel snel werken. Soms bijna slordig.

Neem Sign o’ the Times. Fantastisch album, maar technisch klinkt het soms ruk. Dat was bewust. Voor hem was “goed genoeg” vaak ook echt genoeg.

En dat moest ook wel, want zijn productietempo was gigantisch. Albums, onuitgebracht werk… het hield nooit op.

Slot

Mick: En dat is misschien wel het mooiste aan hem.

Edgar: Precies. Hij bleef creëren. Altijd.


 
 
image.jpg

Door

Mick Boskamp

bottom of page