top of page

En toen was er nog maar 1

  • Foto van schrijver: Mick Boskamp
    Mick Boskamp
  • 16 uur geleden
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 32 minuten geleden

Toen ik zaterdagochtend las dat praatprogrammapionier Jan Lenferink op 80-jarige leeftijd was overleden aan de gevolgen van dementie, moest ik meteen denken aan die mode-serie in de Nederlandse Playboy van september 1985.


Fotografie: Paul Huf voor Playboy




De laatste keer dat ik Jan zag en sprak was einde vorige eeuw. Hij stond voor de open deur van een café in een zijstraat van de Nieuwendijk. Hij had een glas in zijn hand. Dat kan een wijn- of een bierglas zijn geweest. Dat detail weet ik niet meer. Wel herinner ik wat hij als eerste tegen me zei. 'Aaah,' riep hij enthousiast. En vervolgens licht stotterend: 'Daar hebben we de hemdenman!' Jan zei dat niet zomaar. Om te begrijpen wat hij bedoelde, neem ik je mee terug in de tijd. Eenenveertig jaar terug in de tijd.



Het is begin 1985 en zoals half Nederland tegenwoordig naar Vandaag Inside kijkt, keek toen iedereen op de zondagavond naar Rechtstreeks Uit Richter oftewel RUR. Met onze rots in de branding der conversatie Jan Lenferink. RUR was het eerste echte praatprogramma op de Nederlandse televisie waarin de gastheer minstens zo belangrijk was als de gast. Lenferink was misschien niet de gelikte presentator, maar hij was wel de founding father van de moderne Nederlandse talkshow. Dat hij met zijn keurige overhemden en stropdassen ook nog een mode-trend neerzette, deed me als shopping redacteur bij Playboy besluiten om de populaire presentator te strikken als model voor een mode-serie.


En om wat variatie aan te brengen in de serie zouden we naast Jan een vijftal bijzondere, schrijvende mannen zetten, vier uit Nederland en 1 uit Belgie. Om het helemaal af te maken, wisten we ook nog de grootmeester der fotografie Paul Huf (overleden in 2002 op 77-jarige leeftijd) warm te krijgen voor het maken van de foto's. Mijn broer Hans Boskamp Jr. deed de styling, de latere Playmate van Januari 1986, Gerda Tissseur, was het model op elke foto en ik zorgde dat alles goed ging in de studio van Paul in de Jordaan. Wat met deze 'crew'. niet zo moeilijk was. De boel draaiende houden. En zo ontstond de serie die je hier al lezend en scrollend ziet.


Van boven naar beneden stel ik de 5 andere fotomodellen even aan je voor:


Hans Plomp



Hans Plomp (1944–2024) was dichter, schrijver, levenskunstenaar – en vooral: de man die Ruigoord redde. Maar daarvoor zat hij ook niet stil.


In de jaren zestig dook hij op in de journalistiek, onder meer bij Hitweek en later Aloha. Dat waren de bladen waar de tegencultuur zijn eigen taal vond: een mix van muziek, vrijheid, psychedelica en een flinke dosis nieuwsgierigheid naar hoe het leven ook kon. Plomp paste daar perfect tussen. Hij schreef verhalen, gedichten en stukken die nooit netjes binnen de lijntjes kleurden.

Maar zijn echte meesterstuk stond niet in een boek. Dat was Ruigoord.


Begin jaren zeventig zou dit kleine dorpje bij Amsterdam verdwijnen voor de havenuitbreiding. Einde verhaal, dacht de gemeente. Maar Hans Plomp en een groep kunstenaars dachten daar anders over. Ze trokken het verlaten dorp in, kraakten de boel en maakten er een vrijstaat van kunst, poëzie en wilde ideeën van.


Wat begon als een actie werd een legende. Ruigoord groeide uit tot een culturele vrijplaats waar generaties kunstenaars, dichters en dromers, maar ook liefhebbers van uitgaan en ondergrondse dance-muziek hun plek vonden.

Hans Plomp bleef er altijd een soort dorpssjamaan: dichter, verhalenverteller, organisator en inspirator.

Sommige mensen schrijven over vrijheid.

Hans Plomp besloot er gewoon in te gaan wonen.


Johan Anthierens



Johan Anthierens (1937–2000) was columnist, satiricus, lastpak en moreel kompas in één persoon.


Een man die zijn pen gebruikte zoals anderen een honkbalknuppel gebruiken: om ergens stevig op in te slaan.

Hij begon als journalist bij onder meer Humo, waar zijn scherpe stukken al snel opvielen. Anthierens had namelijk een zeldzaam talent: hij kon iemand in drie alinea’s compleet fileren - en je er tegelijk hardop om laten lachen. Ministers, bisschoppen, televisiebonzen, reclamejongens: niemand was veilig.

Maar achter die vlijmscherpe satire zat ook een man met principes. Anthierens had een bijna allergische afkeer van hypocrisie, machtsmisbruik en alles wat naar kleinburgerlijke schijnheiligheid rook. Dat maakte hem geliefd bij lezers - en regelmatig een nachtmerrie voor hoofdredacties.

In Vlaanderen werd hij een soort instituut. Een columnist die niet schreef om aardig gevonden te worden, maar om de boel wakker te schudden.

Hij publiceerde boeken, maakte televisie en schreef jarenlang columns o.a. maandelijks voor Playboy, die nog steeds verrassend fris aanvoelen.

Anthierens bewees iets simpels: satire werkt het best wanneer iemand het echt meent.

Of zoals hij het zelf ongeveer leefde: zeg wat je denkt - en accepteer daarna de consequenties.


Guus Luijters



Guus Luijters (1943–2025) was schrijver, dichter, vertaler en journalist. Een man met een enorme productie, een scherpe geest en een karakter dat niet altijd eenvoudig was — maar wel altijd echt.


Hij schreef romans, kinderboeken, essays en vertaalde stapels buitenlandse literatuur. Later in zijn leven ontpopte hij zich bovendien als een bijna monomane onderzoeker. Het indrukwekkendste resultaat daarvan was In Memoriam (2012), het monumentale boek dat hij samen met Aline Pennewaard samenstelde met de namen — en waar mogelijk de gezichten — van 17.964 Joodse kinderen die in de Tweede Wereldoorlog uit Nederland werden gedeporteerd en vermoord. Zijn simpele uitleg was even raak als onvergetelijk: “Het was de bedoeling dat ze van de aardbodem verdwenen. Maar dat zal nooit meer lukken. Want ze staan in een boek.”


Wat minder mensen weten, is dat Guus ook twintig jaar redacteur was bij Playboy Nederland, vanaf de start van het blad in 1983. Daar werkten wij al die jaren samen op de redactie. We verschilden nogal van karakter — Guus was analytisch, soms streng voor de wereld; ik zat er wat losser in — maar juist dat maakte het interessant.

We reden vaak samen naar de redactie, praatten over schrijvers, het leven, woede en liefde. En ondertussen werd er ook veel gelachen.

Als ik aan Guus Luijters denk, denk ik aan een groot schrijver.

Maar ook aan twintig jaar collega zijn.

En gek genoeg: hoe verschillend we ook waren, ik kijk er nog steeds met een glimlach op terug.


Jules Deelder



Jules Deelder (1944–2019) was dichter, performer, jazzliefhebber en vooral: de nachtburgemeester van Rotterdam. Altijd in zwart pak, altijd met zonnebril, altijd gewapend met een taalgevoel dat zo scherp was dat je er bijna je vingers aan kon snijden.


Deelder schreef gedichten, columns en boeken, maar zijn echte podium was vaak gewoon het leven zelf. Hij kon op een podium staan en een zaal hypnotiseren met een paar zinnen, een anekdote of een plotselinge jazz-ontboezeming. Want jazz zat in zijn bloed. Niet alleen de muziek, maar ook de improvisatie.


Wat me altijd fascineerde aan Jules was zijn stalen geheugen. Tijdens een editie van North Sea Jazz had ik hem in zijn oor de naam van een of andere vage altsaxofonist gefluisterd met het advies om die te checken. Bijna tien jaar later kwamen we elkaar weer tegen en zei hij, zonder een seconde aarzelen: “Dat was een prima tip, Boskamp.” Alsof het gisteren was.


En elke keer als we elkaar zagen, kwam er nóg een herinnering boven. Dan begon hij weer over mijn broer Hans en over de overhemdenserie in Playboy. Jules genoot zichtbaar van het beeld dat mijn broer zich in het zweet stond te strijken om dat witte overhemd geen millimeter kreuk te laten vertonen.

Dat was typisch Deelder.

Een dichter van de nacht - met een geheugen dat alles opsloeg. Zelfs de kleine, mooie details.


Zolas je hebt kunnen lezen, zijn de hieboven geportretteerde schrijvers niet meer in leven. En van het één, het eren van Jan Lenferink aan de hand van een herinnering, kwam het ander: het eren van het leven van deze 6 geweldenaren. Ja, ik tel goed. Want er zijn er vijf overleden, maar één leeft er nog. En dat is me er eentje.


Theun de Winter



Theun de Winter (1944) is dichter, schrijver, interviewer, liedjesschrijver en waarschijnlijk de enige Nederlandse auteur die ook serieus carrière heeft gemaakt in de wereld van de ezel.


Hij kwam in 1944 per reiswieg aan op Texel, groeide daar op en vertrok later naar Amsterdam, waar hij twee studies begon maar geen van beide afmaakte. Dat bleek geen groot probleem, want De Winter had al snel iets beters te doen: schrijven. Hij werd redacteur van het legendarische studentenblad Propria Cures en schreef later voor onder meer Haagse Post, waar hij zijn beroemde serie Human Interest maakte: interviews over één klein, alledaags onderwerp waar vervolgens verrassend diepe gesprekken uit rolden. Ook beweerde hij stellig in het kleuterverzet te hebben gezeten, maar daarvoor was hij in het laatste jaar van WO2 te jong (hij was toen net geboren).


Als dichter debuteerde hij in 1972 met De Gedichten. Hij schreef daarnaast boeken, columns en liedteksten - waaronder de evergreen “Terug naar de kust” van Maggie MacNeal, een Top Tien-hit die nog steeds vrolijk meezingt op de Nederlandse radio. Natuurlijk was hij ook lang vaste medewerker voor Playboy, waar hij vele columns en stukken voor schreef. En niet te vergeten was hij ook redacteur van RUR, waarvoor hij o.a. de gedichten schreef waarmee de gasten werden aangekondigd.

En dan zijn er dus de ezels.


Sinds de jaren negentig besteedt De Winter op Texel een aanzienlijk deel van zijn tijd aan deze eigenzinnige dieren en werd hij zelfs voorzitter van de Multifunctionele Ezelvereniging Texel i.a. (in amore).

Wat eigenlijk perfect past.

Want ook in zijn werk deed Theun de Winter altijd precies waar hij zelf zin in had. Koppig, charmant en volstrekt eigenzinnig.

Een dichter met gevoel voor poëzie - en voor ezels.

 
 
image.jpg

Door

Mick Boskamp

bottom of page